DEN HAAG - Het was in 2004 nog niet best met de
Jeugdzorg in Nederland. Bij veruit de meeste instellingen kregen jongeren, maar
ook hun ouders bij aanvang van de hulpverlening niet goed te horen wat er met
hen ging gebeuren. Ook de hulpverleners zelf wisten vaak niet wie waarvoor
verantwoordelijk was en wie wat deed.
Dat blijkt uit een uitermate kritisch jaarverslag van de Inspectie
Jeugdzorg, dat dinsdag is gepubliceerd. Zo blijkt bijna geen enkel hulpverlenersplan volledig te voldoen aan de wettelijke
eisen. De Inspectie Jeugdzorg doet daarom een dwingend beroep op de provincies
en andere overheden die de jeugdzorg financieren. Zij moeten afspraken maken
met de bureaus jeugdzorg en andere hulpverleners om te zorgen dat jongeren voor
eens en voor altijd krijgen waar ze recht op hebben: een tijdig opgesteld, goed
plan dat serieus met de jongeren en, of hun ouders is besproken. Of dat ook
gebeurt, moeten de provincies ook zelf in de gaten houden.
Hoofdinspecteur J. de Vries pleit er verder voor dat alle instellingen
een kwaliteitssysteem invoeren om interne processen te verbeteren. De
jeugdzorginstellingen moeten zelf zorgen dat ze de wet- en regelgeving in de
gaten houden. Ze wil ook dat de jeugdinstellingen onderling elkaar beter in de
gaten houden, wie wat doet met een jongere of een gezin. Ook gemeenten hebben
hier een rol in te spelen.
Volgens de inspectie is er vorig jaar wel het een en ander verbeterd,
maar verliep de verbetering van de Jeugdzorg erg langzaam. Het overlijden van
de driejarige peuter Savanna heeft dit jaar wel een
en ander losgemaakt in de sector, aldus een woordvoerster.
Uit het jaarverslag over 2004 blijkt dat de bureaus jeugdzorg en dan
vooral de mensen op de afdelingen jeugdbescherming niet voldoende de regie op
zich namen. Ook gezinsvoogden voerden onvoldoende regie over de hulpverlening.
In het algemeen werd er te weinig systematisch gewerkt, was er weinig interne
sturing en ondersteuning van professionals, werkten instellingen slecht samen
en ontbrak het te vaak aan het op tijd vaststellen van
de hulp die nodig is.
Bovendien hadden de jeugdzorginstellingen wel aandacht voor de
veiligheid van kinderen, maar werd die veiligheid niet altijd voldoende
gewaarborgd. In drie gevallen schoot de instelling zo tekort dat dit
onacceptabele risico's met zich meebracht. Het ging hierbij om een baby die
werd mishandeld, een overleden baby van verslaafde ouders van wie eerder al een
kind uit huis was geplaatst, en het verhaal van de driejarige peuter Savanna die dood in de kofferbak van een auto werd gevonden.